De stijging van kosten voor fysiotherapie is een mythe

5 FEB 2019

Kitty Bouten

Kitty Bouten KNGF-bestuurslid ‘De kosten voor fysiotherapie stijgen!’ Althans, dat hardnekkige geluid horen we van verschillende kanten. Het is een stelling die gepresenteerd wordt als een probleem dat verklaard en opgelost moet worden. Dat hoeft helemaal niet, want het is niet waar! Hierbij de feiten.

De feiten

De kosten voor fysiotherapie schommelen al jaren rond de 1,5 miljard. Daarvan komt ongeveer een 0,5 miljard ten laste van de BV en ongeveer 1 miljard ten laste van de AV. In absolute bedragen is er wel sprake van een lichte stijging, maar die is ongeveer gelijk aan de inflatie. Fysiotherapie is ook maar een kleine kostenpost in de totale zorgkosten.

Afgelopen jaar is fysiotherapie voor claudicatio, artrose en COPD weer in de BV gekomen. De kosten daarvoor zijn mee geschoven van de AV naar de BV. Daarnaast veroorzaakt de vergrijzing een toename in de kosten in de BV. Er zijn immers meer ouderen en dat betekent: meer chronische aandoeningen.

Zorgverzekeraars Nederland  (ZN) trekt uit die trend de conclusie dat de kosten voor fysiotherapie zijn gestegen. Dat is logisch als je bedenkt dat ZN zich alléén bezig houdt met de kosten die vallen onder de Zorgverzekeringswet (en de WLZ), dat wil zeggen: kosten die in de basisverzekering vallen. Een stijging van kosten voor fysiotherapie in de BV leidt bij ZN dus logischerwijs tot de reactie: we  zien een kostenstijging dus moeten we maatregelen nemen. Dat het slechts een verschuiving van kosten van AV naar BV is, dat die stijging leidt tot minder kosten elders in de keten en dat die verschuiving een gevolg is van een bewuste beleidskeuze om de totale zorgkosten gunstig te beïnvloeden, zie je niet terug in de reactie van ZN.

Bij de individuele zorgverzekeraars speelt iets anders. De kosten voor fysiotherapie in de AV zijn in 2017 licht gedaald. De marges van zorgverzekeraars op de AV nemen desondanks af. Dat komt doordat steeds meer mensen met een aanvullende polis alleen zorg verzekeren waarvan ze verwachten die nodig te hebben. Verzekeraars hebben dus steeds minder mensen met een aanvullende verzekering die géén kosten declareren. Binnen de AV is fysiotherapie relatief een grote kostenpost omdat de meeste mensen een aanvullende verzekering juist afsluiten voor fysiotherapie. Zorgverzekeraars zeggen dan dat de kosten stijgen, terwijl ze bedoelen dat ze minder winst maken op de AV. Daarom leggen de verzekeraars druk op de tarieven fysiotherapie en de behandelaantallen per patiënt. Daarom ook hun voortdurende en indringende roep om grotere doelmatigheid, een uitbijtersbeleid en vermindering van het aantal fysiotherapeuten.

Fysiotherapeuten verdienen in dit verband een compliment van de zorgverzekeraars. Ze hebben bijgedragen aan de verkoopbaarheid van de AV en de marge daarop voor zorgverzekeraars. Ze zijn meer mensen gaan behandelen, maar geven minder behandelingen per patiënt. Tegen tarieven die ondanks fors gestegen kosten en inflatie al jaren nagenoeg niet zijn aangepast. En toch blijft de patiëntwaardering onder die extreme druk ongekend hoog.

Als mythes het logisch denken verdringen, dan kùn je niet tot reële oplossingen komen. Want mythes belemmeren het zicht op de realiteit en staan daarmee echte oplossingen in de weg. Of erger: de beste zorg aan patiënten. Dan kan het niet anders dan dat beroepsgroep en vereniging zich roeren. Hoogste tijd om de mythes de wereld uit te helpen en op basis van reële feiten over echte oplossingen te gaan praten.

Kitty Bouten
Bestuurslid KNGF